GENEALOGIE FAMILIE VAN DUGTEREN

 

intro

 

De wortels van de familie van Dugteren liggen zeer waarschijnlijk bij Lochem in de Achterhoek, meer precies in de vlek Klein Duchteren (of  Dochteren). Want Dirck Roelofse van Dugteren, de stamvader, lijkt afkomstig uit Klein Duchteren. Brand in de kerk van Lochem heeft echter het doopboek vernietigd waarin wij zijn doop (ca. 1665) vermoeden.

Afgaand op het patroniem Roelofse van Dirck lijkt het waarschijnlijk dat een zekere Roelof op den Meulencamp uit Klein Duchteren zijn vader was. Maar zekerheid daarover is helaas niet meer te krijgen. Vandaar dat de genealogie wel met Dirck moet beginnen.

U begrijpt uit het bovenstaande dat Van Dugteren duidelijk een herkomstnaam is, zoals bijv. ook Van Boxtel, Van Tiel en Van Kuilenborg.

 

Incidenteel kunt u wel eerdere van Dugterens dan Dirck aantreffen, zoals bijv. Jan van Duchteren, getrouwd met Arijaantjes Jans, die tussen 1626 en 1632 drie kinderen hebben laten dopen in Utrecht. Verdere gegevens van hen ontbreken echter. Zij kunnen dan ook onmogelijk als voorouders van Dirck aangemerkt worden. Maar ook later, in  het tijdsbestek van de genealogie, kunt u incidenteel  Van Dugterens vinden die daar toch niet in kunnen worden opgenomen. Bij gebrek aan nadere gegevens of omdat zij zelf of hun (voor)ouders hun herkomst van Dugteren als familienaam hebben aangenomen. Voorbeelden zijn een Grietje van Duchteren, geboren circa 1740 en vrouw van Pieter Cornelis van Roosmalen en een Harmen van Dugteren waarvan d.d. 15 oktober 1725 een kind begraven is in Amsterdam.

    

De eerste vermelding van Dirck vinden wij bij de registratie van zijn eerste huwelijk op 10 december 1690 in het trouwboek van de Utrechtse Domkerk. Dirck verhuisde al binnen een paar jaar met zijn gezin naar Amsterdam maar het is toch Utrecht waar vrijwel de hele familie het grootste deel van de negentiende eeuw woont. In de loop van die eeuw is de familie vandaar uitgezwermd, hoofdzakelijk over de tegenwoordige Randstad. Bijna tegelijkertijd waagden enkele familieleden zich aan emigratie, voornamelijk naar de Verenigde Staten, Australië en Zuid Afrika. Dat zijn ook de landen, met toevoeging van Nieuw Zeeland, waar wij nu buiten de landsgrenzen familieleden kunnen vinden. Het overgrote deel woont echter in Nederland. Inmiddels spreken wij echter allang niet uitsluitend meer over ‘Van Dugteren’ maar ook over ‘Ruijsch van Dugteren’.

 

De naam ‘Ruijsch’ is in dit geval afkomstig van Otto Ruijsch, één van de vier overlieden van het Amsterdamse chirurgijnsgilde gedurende een deel van de eerste helft van de achttiende eeuw. Otto was een zwager van Jan van Dugteren die net als hij chirurgijn was in Amsterdam. De band tussen de beide gezinnen moet hecht geweest zijn, wat ook blijkt uit het feit dat Otto Ruijsch en zijn vrouw Geertruid Elisabeth van Capelle peter en meter waren bij de doop van Jan Otto van Dugteren, zoon van Jan van Dugteren en zijn vrouw Judith van Capelle. Volgens de overlevering verlangde Otto nadat zijn huwelijk kinderloos was gebleken, dat zijn peetkind Otto Ruijsch zou worden gedoopt. De geschiedenis leert ons echter dat niet het peetkind zelf maar diens tweede zoon op 28 mei 1766 de doopnamen Otto Ruijsch ontving. In de praktijk lijkt ‘Ruijsch van Dugteren’ twee generaties later opgevat te worden als de dubbele familienaam die wij nu kennen naast het oorspronkelijke Van Dugteren.
  

In tegenstelling tot de meeste andere families telt de onze praktisch geen boeren of landarbeiders. Beroepen die er wèl en veel vaker in voorkomen zijn met name arts (vroeger chirurgijn e.d.), predikant, ingenieur, kantoorbediende e.d. Los daarvan munt de familie uit in de enorme variatie in beroepen van militair tot banketbakker en van diamantair tot kunstschilder.

 

U ziet in de genealogie bij de paar laatste generaties dat een zekere privacybescherming is toegepast. Bij de paar laatste, de meest recente generaties ontbreken bepaalde gegevens. Waar die wel aanwezig zijn is daar toestemming voor verleend door de betrokkenen. De laatste generatie ontbreekt grotendeels. 

 

Het familiewapen treffen wij voor het eerst aan op een zegel bevestigd aan de transportakte van het zogenaamde Bossenaarshuis onder het gerecht De Bemuurde Weerd te Utrecht. Datum: 22 maart 1799. De akte is ondertekend door de schout Otto Ruijsch van Dugteren. Het is heel goed mogelijk, m.i. zelfs waarschijnlijk, dat het wapen nog beduidend eerder door een Van Dugteren is aangenomen. Een goede kandidaat daarvoor is Jan van Dugteren, grootvader van Otto en jarenlang secretaris van schout en Heemraden van Doorn. Wij hopen over het ontstaan en de betekenis van ons wapen nog eens meer zekerheid te krijgen. 

 

P. Ruijsch van Dugteren

Borger, november 2013

 

Homepage: http://home.kpn.nl/prvd